Hoe kun je intervisie wél laten lukken?

Vol goede moed zijn jullie in je organisatie begonnen met intervisie. De meeste mensen zagen het nut ervan in: jullie gingen samen leren van elkaar, beter worden in je werk, in je samenwerking en in je relaties met klanten.

 

Slechts enkele maanden later vinden er bijna geen intervisiebijeenkomsten meer plaats. Het enthousiasme van het begin is weggezakt. Als je er je collega’s naar vraagt, krijg je allerlei verklaringen: te druk, levert te weinig op, kost te veel tijd.

 

Hoe kan dat nu? En wat had je eraan kunnen doen of kun je alsnog doen?

 

Intervisie verbetert de werkprestaties, zorgt voor meer betrokkenheid en vergroot de expertise. Het is alleen niet zo dat intervisie zonder enige moeite zorgt voor al die mooie resultaten. Je moet je ervoor inzetten en er tegenaan blijven kijken als een voortdurend proces.

 

Welke valkuilen kom je nu het meest tegen en wat is eraan te doen?

- Drukke agenda-

Als de intervisiegroep net is gestart met intervisie, zijn de deelnemers vaak erg gemotiveerd om aan de slag te gaan.
Er worden casussen ingebracht en de groep gaat actief met elkaar aan de slag. Naarmate de tijd vordert, zeggen steeds vaker leden af. De prioriteiten lijken langzaam elders te gaan liggen. Wat is er toch gebeurd met de eerst zo enthousiaste intervisiegroep?

 

Helemaal niets, dit is wat vaker gebeurt. Volle agenda’s, deadlines en werkdruk dringen de eigen ontwikkeling en de deskundigheidsbevordering naar de achtergrond. Maar hoe eerlijk ben je dan naar jezelf? Is het niet zo dat juist het werken aan je eigen ontwikkeling en het vergroten van je professionaliteit jouw werkdruk naar beneden haalt? Immers, je krijgt inzichten over je eigen handelen, zodat je effectiever in je werk wordt. Win-win zou ik zeggen.

- Onbevredigende opbrengst -

De eerste casussen worden enthousiast ingebracht. Alle deelnemers gaan er enthousiast mee aan de slag. Ze luisteren naar de inbrenger, stellen vragen en geven tot slot advies. De inbrenger heeft echter het gevoel dat de adviezen niet echt aansluiten op zijn of haar casus.

 

In het enthousiasme om veel en goede vragen te stellen vergeten we echter nog wel eens goed door te vragen.
Zijn we wel diep genoeg gegaan? Hebben we de vraag achter de vraag gesteld? Bij het uitvragen van de casus moeten we de achterliggende blinde vlek van de inbrenger boven zien te krijgen.

 

Daag jezelf uit om door te vragen en ook te denken in een richting die in eerste instantie niet in je op gekomen zou zijn. Wie weet wat voor interessante inzichten je dan krijgt! 

- Verkapt werkoverleg -

We hebben allemaal drukke agenda’s. Het is dan verleidelijk om het ingelaste intervisiemoment te gebruiken om nog de laatste agendapunten van het werkoverleg te bespreken. Doe dit niet! Als je hier eenmaal mee begint, is het hek van de dam. Intervisie is intervisie en niets anders.

- Fluwelen handschoenen -

Als intervisiegroep bouw je snel een leuke band met elkaar op. Niet zo gek, want je hebt jezelf al vaak aan elkaar blootgegeven. Dan kan het gebeuren dat er ineens gevoel bij komt kijken. Je wilt de ander niet kwetsen en gaat je advies ‘sugarcoaten’ waardoor de essentie niet meer aankomt. Dit is niet nodig. Door respectvol naar elkaar te blijven terwijl je een constructief advies geeft, ben je nooit kwetsend en heeft de inbrenger ook echt iets aan jouw inbreng.

- Hoe voorkom je dat je in de valkuilen stapt? -

Het is raadzaam als je gaat starten met intervisie om de eerste sessies te laten begeleiden door een (externe) intervisiebegeleider. De intervisiebegeleider kan helpen om de groep veilig te maken, om er structuur in aan te brengen en kan jullie leren hoe je de intervisie inburgert in jullie werkbestaan.

 

Wil jij ook een goede intervisiebegeleider worden? Schrijf je dan in op de eerstvolgende training!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *